Met Brabantse gemoedelijkheid komen we er niet Interview van Egbert-Jan Sol door Rene Raaijmakers, (hoofdredacteur) Bits&Chips is een publicatie van Techwatch bv in Nijmegen. Techwatch bv Sint Annastraat 206 6525 GX Nijmegen www.bits-chips.nl 15-april-2004 - Klagen over het wegvloeien van productie en R&D naar Azië vindt hij gezeur. Egbert-Jan Sol werkt liever aan iets tastbaars. In 2020 een bedrijf neerzetten naar het formaat van Nokia bijvoorbeeld. In het zuiden zijn alle voorwaarden aanwezig om de succesverhalen ASML en Philips te evenaren, zegt de nieuwe adjunct-directeur van TNO Industrie. Maar daar is wel lef voor nodig. ‘We moeten ambitie hebben, knokken om nummer een te zijn. Met Brabantse gemoedelijkheid komen we er niet.’ Het klaaglied dat al jaren in technisch Nederland klinkt, doorbreekt Egbert-Jan Sol graag. De nieuwe adjunct-directeur van TNO Industrie in Eindhoven kan het niet meer horen, dat gezeur over productie die naar China verdwijnt. Dat er geen techniek meer is. De maakindustrie moet ophouden met navelstaren. De handen moeten weer uit de mouwen. ‘Verdomme, wij hebben in Brabant en Limburg alles in huis om opnieuw een succesverhaal neer te zetten’, roept hij aan het einde van het interview. ‘Wat ASML lukte, kan opnieuw. Er kan hier in 2020 een bedrijf ontstaan van het kaliber Microsoft of Nokia. De techniek is er. We moeten gewoon het lef hebben en ervan doordrongen zijn dat we dit kunnen.’ Voor wie het nog niet wist: Egbert-Jan Sol is back in town.   Egbert-Jan Sol studeerde werktuigbouwkunde op de TUE, maar zijn interesse voor informatietechnologie werd gewekt toen hij als middelbare scholier op een zaterdag bij Philips leerde programmeren. Hij koos dan ook de theoretische richting. Zijn eerste microcomputer was een Z80 - een aanschaf die hem als promovendus in 1980 enkele maandsalarissen kostte. Na zijn promotie op de TUE ging hij in 1983 bij Hoogovens met robots werken. Daarna kwam hij achtereenvolgens bij Philips CFT, Philips Industrial Electronics en BSO/AT terecht. Sol gaf bij Ericsson in Gilze-Rijen vier jaar leiding aan softwareontwikkeling voor telecomcentrales. De Nederlandse vestiging was in 1997 de eerste en met vijfhonderd medewerkers destijds grootste CMM level 3-organisatie in Europa. Sol: ‘De massief parallelle realtime besturingssystemen waaraan we werkten, was een heel aparte wereld. Terwijl Windows NT, pak hem beet, 40 miljoen regels code had, werkten wij aan 160 miljoen regels. Wij zaten op niveau drie van CMM, terwijl ik in mijn BSO-tijd met moeite clubs tegenkwam die richting twee zaten. Ik ben er nog steeds apetrots op dat ik daar heb gewerkt.’ Na vier jaar Gilze-Rijen vertrok Sol naar Ericsson in Stockholm, waar hij als principle architect leiding gaf aan ontwikkelingen voor IP-routers en public Ethernet. Verder was Sol acht jaar deeltijdhoogleraar Technology Management, lid van de commissie Le Paire en het ICT-Forum - om er een paar te noemen. Hij staat ook bekend als mede-oprichter en eerste voorzitter van de nu bijna tien jaar oude Digitale Stad Eindhoven.   Sinds kort is hij adjunct-directeur van TNO Industrie in Eindhoven. Daar werken onderzoekers aan tienmaal kleinere en tienmaal slimmere producten die bovendien tienmaal sneller moeten worden gemaakt, zo omschrijft Sol het in zijn cv. Zijn huidige motto: het creëren van de ‘Nokia van de slimme omgeving’ van het jaar 2020 in Zuidoost-Nederland. Wat Philips en ASML klaarschopten, kan opnieuw. Sol schetst het klimaat waarin de Veldhovense machinefabrikant wortel schoot. ‘Twintig jaar geleden beleefde CFT, het onderdeel waar de Philips-ingenieurs voor productietechnologie zaten, een bloeitijd. CFT-directeur Sjors van Houten zat toen in Philips’ Raad van Bestuur. Dat was zelfs voor die tijd uitzonderlijk. Van Houten liet zijn kindje CFT groeien. Aan de Glaslaan in Eindhoven werd leuk, researchachtig werk gedaan. Motion control en vision waren populair. CFT droeg destijds bijvoorbeeld bij aan de besturing van de laser op de cd, waarbij het optische signaal direct werd teruggekoppeld naar de besturing. Schitterende tijd. Alles kon.’ ‘Je kunt je afvragen of Philips behoefte had aan zoveel mechatronicakennis. Voor het bedrijf zelf lijkt het een overinvestering. Jaren later verkocht of sloot Philips immers negen van de tien fabrieken. Maar twintig jaar later zijn er door die kennis rondom de elektronicagigant zeer succesvolle bedrijven en Philips-divisies ontstaan. Allemaal met wortels in CFT en het Natlab, zoals ASM Lithografie, Assembléon, FEI, Nyquist, OTB en Philips Medical Systems. Allemaal bedrijven die gebouwd zijn op basis van CFT-kennis: mechatronica, mechaoptronica en embedded software. Ook Océ profiteerde van dat klimaat. Hoe je het ook wendt of keert, mede door de schijnbare overinvesteringen bij CFT en het NatLab, zit de marktleider in lithografie twintig jaar later in Veldhoven en niet in San José. Ergo, ASML bewijst dat schijnbare overinvesteringen in kennis twintig jaar later een wereldsucces kunnen opleveren.’ Hij geeft nog een voorbeeld uit eigen ervaring. ‘Het is niet zo vreemd dat Scandinaviërs de marktleiders zijn in mobiele telefonie. Noorwegen, Zweden en Finland vormen één grote rots. Daar is draadloos bellen veel makkelijker dan draadjes door de grond trekken. Ericsson en Nokia wonnen om de hele simpele reden dat ze het in de jaren tachtig al wilden. Twintig jaar later zijn het wereldleiders, terwijl je toch zou zeggen dat mobiele telefoons het natuurlijke speelterrein is voor Amerikanen of Japanners.’   Slimheid is niet belangrijk De basis van het marktleiderschap van ASML en Nokia is volgens Sol helder. ‘Voor innovatie is slimheid alleen niet belangrijk, je moet ook als eerste beginnen. Dat is het enige wat telt. Daarom zijn die Amerikanen vaak zo goed. Zij kunnen als eerste beginnen, omdat er in de VS voor een goed idee altijd venture capitalists met een zak geld klaarstaan.’ Aarzelen is daarom tijd verliezen. ‘We moeten nu beginnen. Het gaat om lef. Met Brabantse gemoedelijkheid komen we er niet. We moeten ons ook niet laten demotiveren door wijsheden als ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Nee, wij moeten zeggen dat we voor een nummer-eenpositie gaan. Daar moeten we voor knokken.’ De trends zijn volgens Sol duidelijk. ‘In de jaren zeventig was hardware duur, maar na vijftien jaar werd het bulk. Rekenkracht was niet langer schaars. DEC, IBM en andere hardwarefabrikanten kregen het in de jaren tachtig zwaar, terwijl softwareleveranciers fortuinen verdienden. Maar in het afgelopen decennium werd ook software goedkoper, terwijl bandbreedte schaars werd en netwerkoperators gouden tijden beleefden. Nu zie je dat open-source software opkomt en ook de prijs van communicatie inzakt.’ Met bandbreedte valt er straks ook niets meer te verdienen, voorspelt Sol. ‘We moeten ons realiseren dat communiceren duizend keer goedkoper wordt in tien jaar tijd. De prijs-prestatieverhouding verandert met een factor duizend. De spelregels veranderen compleet. De kosten zaten de afgelopen tien jaar in communicatie, door de monopoliepositie van de providers. Dat zal veranderen. En dat zal sneller gaan dan de omwenteling waaraan de computerindustrie blootstond. Dan komen we in een wereld waarin diensten belangrijk worden. Dat is juist iets wat men in deze regio niet zo goed begrijpt, maar het is wel heel belangrijk. Over tien, twintig jaar ga je geld verdienen met diensten. Niet meer met chips. Die moeten straks stinkend goedkoop zijn. De winsten zitten ook niet meer in software, want je pakt straks Linux en Open Office. Bandbreedte zal er in overvloed zijn. Iedereen is straks always on.’   400 miljard intelligente apparaatjes Nog maar een trend. ‘Die producten die we gaan maken, dat worden kleine productjes. In 1980 deelden tweehonderd mensen een mainframe, nu heeft iedereen een pc en een mobieltje. In 2020 hebben twee miljard mensen elk tweehonderd computertjes om zich heen. Daarmee ontstaat een gigantische markt van 400 miljard kleine intelligente apparaten. Uit die evolutie van de slimme omgeving zullen de volgende marktleiders tevoorschijn komen.’ Het is de kunst om diensten te koppelen aan die kleine apparaatjes die niet groter zijn dan punaises en zijn weggestopt in een slimme omgeving. ‘Die punaises bevatten camera’s of andere sensoren, maar ze zijn te klein om twee draadjes op te solderen; ze zullen allemaal draadloos zijn. Wel communiceren ze met iets waaraan wel een draad, maar die eerste meter is draadloos.’ ‘Je geeft je klanten tien camerapunaises en met de bewakingsservice ga je geld verdienen. Jouw zaktelefoon gaat trillen als er thuis iets geks gebeurt en je kijkt op je mobieltje wat er aan de hand is. Of je houdt op afstand een oogje in het zeil bij je oma. Allerlei soorten diensten zijn te bedenken. Het bedrijf dat een dominante positie gaat verwerven om die slimme omgeving in te richten, dat is de Microsoft of Nokia van het jaar 2020.’   Eén euro per dag Het grote geld komt uit abonnementen voor de juiste prijs. ‘Voor diensten is dat één euro per dag. Dat vroeg Alexander Graham Bell voor zijn telefoonservice en dat geldt nog steeds. Eén dollar of euro per dag, dat zijn mensen bereid te betalen. Dat zag je ook met ADSL en de tv-kabel: 60 euro was te duur, 25 of 30 euro per maand is voor vrijwel elke gezin geen probleem. Als je dat kan aanbieden, verdien je geld.’ Elke vier jaar vierhonderd miljard kleine intelligente apparaten maken is veel. ‘Chips worden niet goedkoper. Er gaan meer functies op hetzelfde oppervlak, maar de prijs per vierkante meter siliciumchip is vrij stabiel. Wel worden de behuizing en voeding relatief duurder. De uitdaging is dus producten maken zo groot als punaises, met intelligentie en een cameraatje erop.’ ‘De vraag is: hoe zien die dingetjes eruit? Hoogstwaarschijnlijk bevatten ze een stukje silicium, maar alles zit in één verpakking. Sensoriek, antennes, je moet het in een system in a package realiseren. Daarom heeft TNO, samen met Te Strake en Nyquist, een microassemblagelijn gebouwd, een productielijn die hele kleine dingen in elkaar kan zetten. Als je het in één productielijn snel kan produceren, dan kan het goedkoop worden en dat is wat je graag wilt. Daarnaast werken we aan polymeerelektronica. Want een deel van die producten komt niet meer uit hele dure waferfabs, maar is straks met inkt te jetten. Dit soort hele goedkope elektronica zal de regels van het spel veranderen.’ Die kleine systemen, labs-op-chips, beveiligingscamera’s-op-chips, moet je gekoppeld aan diensten verkopen, meent Sol. ‘Daar moet niet alle intelligentie in, want dan kopiëren de Chinezen het en dumpen het vervolgens met containers tegelijk in Rotterdam. Met intelligentie aan boord is het ook te duur. Die dingen moeten zelf zo min mogelijk doen, maar wel via een draadloos netwerk communiceren en samen een slimme omgeving vormen. Vanuit die slimme omgeving kunnen we diensten gaan aanbieden en daarmee verdienen we het geld.’ Nog een voordeel. ‘Op het moment dat wij dingen maken die zo klein zijn dat je ze met een automaat moet bouwen, kunnen we concurreren met de Aziaten. We verliezen het met de fabricage van grote producten. Het moet zo klein zijn dat mensen het niet meer met de hand kunnen maken. Anders zetten dertig Chinese dames het in elkaar. Met automatiseren haal je de loonkosten eruit. Dan concurreren we weer op gelijke basis.’ Waarom kan de Nokia van 2020 uit deze regio komen? ‘In de eerste plaats is Philips Research met zijn ambient intelligence-technologie leidend op dat gebied. Het is nu nog vroeg. Net zoals hier de technologie voor machinebesturing, motion control en vision ontstond, zo kunnen we er nu voor kiezen om die slimme omgeving te gaan maken. Philips zit er met de neus bovenop, TNO heeft technologische kennis en zo zijn er een hele hoop partijen in de regio.’ De grote groeimarkt vormt de vergrijzing. ‘Nu is nog twee op de vijf mensen in de leeftijd tussen de 20 en 65. Dat zakt naar een op de vijf. En in 2020 dipt dat naar een op zeven. Het aantal bejaarden stijgt daarentegen van 20 naar 40 procent. Mensen worden ook veel ouder. Voorbij de 85 jaar zijn mensen bovendien voor een groot deel dement. Eigenlijk verdrievoudigd de zorgbehoefte, terwijl het aantal handen aan het bed drie keer minder wordt. Daarvoor is er maar één oplossing: technologie. Welke? Het soort technologie waarmee mensen langer thuis kunnen blijven leven, de slimme omgeving. Net zoals de Scandinaviërs met hun mobieltjes profiteerden van de jongerenmarkt, zo moeten wij gaan ontwikkelen voor de grote nieuwe markt van oudere mensen.’ Kan Philips de leidende rol die het in de jaren zestig en zeventig had terugwinnen in de slimme omgeving? Sol twijfelt. ‘Het grote probleem van Philips is dat de marketeers daar de macht hebben gegrepen. Het is nu ‘Let’s make things een beetje better’. Marketeers wil snel geld verdienen. Ze koesteren hun melkkoeien. Dat had de afgelopen tien jaar al tot gevolg dat Philips drie grote consumenteninnovaties miste: digitale video- en fotocamera’s, mobiele telefoons en spelcomputers. Op al die gebieden heeft Philips Research wel wat geprobeerd, maar te weinig om er een succes van te maken. Ze gaan nu naar Azië, want daar zit een markt van drie miljard mensen, van wie 10 procent koopkrachtig is.’ Maar net als 20 jaar geleden met mechatronica en nu ASML barst het Natlab nog steeds van de ideeën. ‘Met de slimme omgeving en de vergrijzing in zicht zitten ze bij Philips Research hartstikke goed, maar niemand heeft daar nu het lef om te investeren. Waarom? Omdat marketeers, met Boonstra als markantste voorbeeld, niet bereid zijn om honderden miljoenen zomaar in ambiënte-intelligentietechnologie te steken die pas veel later winstgevend wordt. Maar de winnaar van 2020 kan, net als ASML als spin-out, zijn wortels hebben in Philips Research van nu.’ ‘Nokia’s core business in 1980 was hout. Zij hadden een duidelijke ambitie om vanaf nul te starten in telecom. Met één doel: de Zweden verslaan. Nokia heeft jarenlang niets anders gedaan dan proberen Ericsson in te halen. Dat lukte niet in de netwerken, die waren daarvoor te complex, maar in mobieltjes zijn ze daar glansrijk in geslaagd. Gewoon met de ambitie groter te worden dan de grootste die er is. Dus ook kleine bedrijven met ambitie kunnen groter worden dan Philips. Het is een kwestie van de snel veranderende spelregels naar je hand zetten. Dan kan je zo’n wedstrijd winnen. Het is nogal wat om een ambitie te formuleren om tien, twintig miljard hightech punaises te maken, te koppelen met de diensten en daarmee geld te verdienen. Dat betekent niet alleen dan je goed moet zijn in bits en chips. Het is een business-spel. De basiscomponenten zijn hier. Waar zijn de ondernemers?’ Egbert-Jan Sol geeft op de Bits&Chips 2004 Embedded Conference op 22 april in het Evoluon een lezing over hoe in Zuidoost-Nederland een succesvol bedrijf naar het voorbeeld van Nokia kan ontstaan. © Copyright Bits&Chips